DENDERMONDE, ROS BEIAARDSTAD

Dendermonde is gelegen aan de samenvloeiing van de Dender en de Beneden Schelde.

Over de oorsprong en de eerste eeuwen van het bestaan van deze stad is heel weinig geweten.

Op de Zwijvekekouter langs de Dender, enkele honderden meters ten zuidwest van de stad werden Gallo-Romeinse brandgraven uit de 2de eeuw na Christus gevonden.
Vlakbij werd een Merovingisch grafveld uit de periode tussen de 5de en 7de eeuw ontdekt.
Op het einde van de Frankische periode ontstonden kleine nederzettingen o.a. rond de Koornaard (nu Vlasmarkt), dus in de huidige stadskern.
In de 10de eeuw bouwden de eerste heren van Dendermonde een burcht, op een klein eilandje in de Dender.
De heerlijkheid Dendermonde strekte zich uit van Laarne tot Baasrode-St.-Amands en van Hamme en Zele tot Opwijk.

Ringoot I de Kale was de eerste met zekerheid gekende Heer van Dendermonde. Hij bouwde een nederzetting omgeven met een aarden wal en grachten.
Hij liet ook de eerste stenen kerk bouwen ter ere van O.L. Vrouw. Deze kerk werd de bewaarplaats van de relieken van de Heilige Hilduardus en de Heilige Christiana patroonheiligen van de stad.

In 1188 wordt Dendermonde door een huwelijk verenigd met het Huis van Bethune. De stadswallen breidden uit in de 12de en 13de eeuw. In die periode werd parochie Zwijveke ingelijfd bij Dendermonde. Mathilde I, vrouw van Dendermonde en echtgenote van Willem van Bethune stichtte op het grondgebied van de parochie, een gasthuis toegewijd aan St.-Gillis. In 1223 werd dit gasthuis Cisterciënzerinnenabdij van Zwijveke.

In 1233 schonk Robrecht van Bethune de Oude de stad haar vrijheidskeur. Hierdoor werden de Dendermondse Stadsrechten definitief vastgelegd. De stad was op dat moment al uitgegroeid tot een heuse vesting met grachten, gekanteelde muren en vier stevige stadspoorten. Zijn dochter (Mathilde II) huwde met Gwijde van Dampierre, die in 1246 Graaf van Vlaanderen werd. Het geslacht der Dampierres speelde een belangrijke rol in de overwinning op de Fransen in de Guldensporenslag (1302).

In de daaropvolgende periode {13de, 14de en 15de eeuw) werden de belangrijkste historische gebouwen van Dendermonde opgetrokken.

Het Vleeshuis werd reeds in 1293 gebouwd. In 1336 kregen de wolwevers toelating om met de bouw van de Lakenhalle te beginnen. Het belfort werd toegevoegd tussen 1377 en 1378.
Einde 13de-begin 14de eeuw werd de Romaanse O.L. Vrouwkerk, gebouwd onder Ringoot I, vervangen door een gotisch gebouw.

Aan deze grote welstand kwam echter spoedig een einde. Onder het bewind van Maria van Vlaanderen, vrouw van Dendermonde trachtten de grote steden Gent, Brugge en leper de lakennijverheid volledig naar zich toe te trekken. Dit was een ramp voor Dendermonde waar de wolweverij erg floreerde. In de periode 1379-1380 werd Dendermonde driemaal door de Gentenaren belegerd en de lakennijverheid ging volledig ten onder.

In 1384 kwam Vlaanderen onder het bewind van de Bourgondiërs. Onder Filips de Goede floreerden kunsten en letteren. In 1452 vestigde deze hertog zijn hoofdkwartier in Dendermonde. De woelige Gentenaren zijn ondertussen opnieuw in opstand gekomen en Dendermonde werd opnieuw betrokken in het oorlogsgeweld. In 1453 versloeg Filips de Goede de Gentenaren grondig in de slag bij Gavere.
De ene overheersing volgt nu de andere op. De Fransen onder de hertog van in 1583; de Spanjaarden onder Farnèse in 1584.
In 1667 valt de Zonnekoning Lodewijk XIV Vlaanderen binnen. Zijn aanval op Dendermonde wordt afgeslagen.

In 1706 vallen de Hollandse en Engelse legers de stad binnen.
Vorsten en regimes volgen elkaar op maar Dendermonde komt al deze aanvallen steeds te boven.

In die periode werden de haven en de Scheldekaaien aangepast zodanig dat vanaf 1843 steeds meer zeeschepen hun goederen kwamen laden en/of lossen. Dendermonde kende nu een periode van vrede, rust en welvaart
Het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog betekende een ramp voor Dendermonde. Op 4 september 1914 werd de stad ingenomen door de Duitsers en werd in brand gestoken. De jaren’20 werden gekenmerkt door de heropbouw.
In 1936 kocht de Stad de vestinggordel van de Staat af en dacht men aan stadsuitbreiding. Maar de stad kende geen nieuwe economische bloei. Tijdens de Tweede Wereld oorlog bleef Dendermonde gespaard.